Hoofdopgaven

Sociaal

Onderwijs

Steeds meer peuters met VVE-indicatie

Sinds 2014 wordt op het consultatiebureau gekeken of kinderen een taal- en/of ontwikkelingsrisico lopen. Zo'n risico kan in kenmerken van de ouders liggen (bijv. een laag opleidingsniveau of psychische problemen) maar ook in het kind zelf (bijv. omdat de spraakontwikkeling achterblijft). Is dat het geval, dan krijgt zo'n kind een indicatie voor- of vroegschoolse-educatie (VVE), waarmee het in aanmerking komt voor een gesubsidieerde plaats op een peutergroep. Alle peutergroepen in Nijmegen bieden een speciaal VVE-programma aan. Ook sommige kinderdagverblijven hebben zo'n programma.
Het aandeel 2-3-jarigen, dat van de GGD een VVE-indicatie heeft gekregen, is tussen 2017 en 2021 gestegen van 18 naar 22%. Het aandeel peuters met een VVE-indicatie is relatief hoog in Dukenburg, Lindenholt, Hatert en Neerbosch-Oost.

Concentratie van kinderen met hoog risico op onderwijsachterstanden

Het CBS bepaalt per kind en school in welke mate er sprake is van risico op onderwijsachterstand en baseert zich daarbij op  het opleidingsniveau van de ouders, het herkomstland van de moeder, de verblijfsduur van de moeder in Nederland en deelname aan de schuldsanering. In Nijmegen behoren 11 van de ruim 40 basisscholen tot de 15% van de Nederlandse basisscholen met de meeste leerlingen met risico op onderwijsachterstanden. Sterke concentraties van kinderen met een hoog risico op onderwijsachterstanden zijn er vooral in Nije Veld, Hatert, Neerbosch-Oost en Dukenburg.
Op basisscholen met relatief veel leerlingen met een achterstandsrisico krijgen relatief weinig leerlingen een schooladvies op minstens havo-niveau (25 tot 30%). Op basisscholen met relatief weinig achterstandsleerlingen krijgt tussen de 60 en 80% een advies op minstens havo-niveau.

Achterstanden door corona

Uit de eerste landelijke voortgangsrapportage van het Nationaal Programma Onderwijs blijkt dat leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs door de coronapandemie achterstanden hebben opgelopen; op basisscholen het meest bij rekenen en op middelbare scholen in de onderbouw vooral bij rekenen en Nederlandse leesvaardigheid. Verder maken schoolleiders zich zorgen over het welbevinden van leerlingen en hun motivatie. We hebben geen lokale cijfers hierover.

Relatief veel Nijmeegse kinderen tot 12 jaar gaan naar speciaal onderwijs

Van de Nijmeegse kinderen bezoeken er ruim 1.200 speciaal basisonderwijs (sbo; voor leerlingen waarbij leer- en opvoedingsmoeilijkheden spelen) of speciaal onderwijs (so; voor leerlingen met een handicap of zeer ernstige leer- of gedragsproblemen). Ongeveer 850 kinderen tot 12 gaan naar sbo of so. Bijna 400 kinderen ouder dan 12 gaan naar het (voortgezet) speciaal onderwijs (vso).
Vergeleken met Nederland en de benchmarksteden gaan relatief veel Nijmeegse kinderen tot 12 jaar naar het sbo en so. Opvallend is dat het bezoek aan het sbo in Nijmegen de laatste jaren sterker gestegen is dan in Nederland als geheel.
Bij het bezoek aan het vso zijn de verschillen tussen Nijmegen en Nederland klein. Waarschijnlijk draagt de aanwezigheid van het Flex-college - geen speciaal onderwijs, maar wel een bijzondere voorzieningen voor leerlingen die uit dreigen te vallen op het voortgezet onderwijs - bij aan een lagere deelname aan het vso.

Raming: 10% laaggeletterd

Laaggeletterdheid houdt in dat men in meer of mindere mate moeite heeft met het begrijpen van geschreven informatie (bijvoorbeeld gebruiksaanwijzingen, aanvraagformulieren of brochures). Vooral mensen die geen opleiding hebben of alleen de basisschool hebben afgemaakt, personen met een migrantenachtergrond (eerste generatie) en ouderen zijn relatief vaak laaggeletterd. Op basis van landelijk onderzoek gecombineerd met registratiedata van het CBS kan het aandeel laaggeletterden per gemeente geraamd worden. Daaruit blijkt dat onder de Nijmeegse bevolking het aandeel laaggeletterden iets lager is dan het landelijk gemiddelde, omdat de Nijmeegse bevolking relatief gezien veel jonge en hoogopgeleide mensen bevat. Naar schatting is in Nijmegen ongeveer 10% van de 16 tot 65-jarigen, rond de 12.000 personen, laaggeletterd. In de benchmarksteden loopt dit percentage sterk uiteen, van 7 of 8% in Eindhoven en Arnhem tot 13% in Tilburg en Maastricht en 24% in Enschede.

Deze pagina is gebouwd op 07/14/2022 17:06:38 met de export van 07/14/2022 16:46:55