Hoofdopgaven

Sociaal

Inkomenssituatie

Percentage huishoudens met armoederisico gedaald

Het CBS berekent bij hoeveel huishoudens er risico op armoede is: het percentage huishoudens onder de lage-inkomensgrens. In 2020 lag die lage-inkomensgrens voor een alleenstaande op netto 1.100 euro per maand. Voor een paar was dat 1.550 euro, en met twee minderjarige kinderen 2.110 euro. In de periode 2015-2019 lag het percentage Nijmeegse huishoudens onder de lage-inkomensgrens rond de 12%. In 2020 is dit gedaald naar 10,3% (= circa 8.400 huishoudens). Ook het percentage huishoudens dat minstens 4 jaar onder de lage inkomensgrens zit is iets gedaald (5,2% in 2020 = circa 3.700 huishoudens). In drie benchmarksteden is het aandeel huishoudens onder de lage-inkomensgrens wat groter dan in Nijmegen (Groningen, Arnhem en Enschede), en in vier benchmarksteden wat kleiner (Eindhoven, Tilburg, Leiden en Maastricht). Studentenhuishoudens en huishoudens, die slechts een deel van het jaar inkomen hadden, zijn buiten beschouwing gelaten.


Figuur: Percentage huishoudens (langdurig) onder de lage-inkomensgrens. Bron: CBS.

Ook via de Burgerpeiling meten we een afname van huishoudens in een slechte financiële situatie. In 2015 gaf 8% van de zelfstandige huishoudens aan dat de financiële situatie van het huishouden slecht was, in 2017 6% en in 2019 en 2021 5%. De groep, die in 2021 aangeeft dat de financiële situatie in de voorgaande twee jaar verbeterd is (30%), is groter dan de groep voor wie verslechtering is opgetreden (14%).

Binnen het Nijmeegse armoedebeleid is de grens "130% van het sociaal minimum" belangrijk, waarbij het sociaal minimum min of meer gelijk staat aan een bijstandsuitkering. In 2020 vallen in Nijmegen 17.700 huishoudens onder deze grens (21,9% van de huishoudens, exclusief studenten). Het aandeel onder de 130% grens is het grootst onder eenoudergezinnen en alleenstaanden (ongeveer een derde) en in Hatert, Nije Veld en enkele wijken in Dukenburg (meer dan 30%).
Bij de 17.700 huishoudens in Nijmegen die een inkomen onder de 130% van het sociaal minimum hebben gaat het vooral om huishoudens die leven van een uitkering, met name bijstands- en AOW-uitkeringen. Maar in 20% van de gevallen, zo'n 3.600 huishoudens, is werk de voornaamste inkomensbron.

Volgens de CBS-cijfers (eind 2020) heeft 7% van de Nijmeegse huishoudens een geregistreerde schuld. Dat is lager dan in de meeste benchmarksteden. In zowel Nijmegen als de benchmarksteden is het aandeel huishoudens met geregistreerde schulden de laatste vier jaar afgenomen. Enquêteonderzoek van het Nibud geeft de (landelijke) indicatie dat 15-20% van de huishoudens lichte of ernstige betalingsproblemen hebben.

Wanneer huishoudens niet in staat zijn hun eigen financiële zaken te regelen, kan de rechter beschermingsbewind instellen. De laatste jaren was een redelijk stabiel aantal van tussen de 2000 en 2.100 huishoudens vanwege problematische schulden onder bewind geplaatst. Daarbij gaat het vooral om alleenstaanden en eenoudergezinnen.

Het gemeentelijke bureau schuldhulpverlening richt zich vooral op meer zelfredzame huishoudens met regelbare schulden, met als doel die schulden af te gaan betalen. Het aantal aanmeldingen bij dit bureau loopt al een aantal jaar terug. Van ongeveer 450 in 2018 naar minder dan 300 in 2020. Ook het aantal schuldregelingen loopt terug. Deels kan dit samenhangen met de komst van de Financieel Expert, een project van gemeente, Sterker en Bindkracht10 om vanuit de Stips laagdrempelig (financieel) advies te geven.

Daling aantal bijstandsuitkeringen vanaf mei 2021

Vanaf halverwege 2017 nam het aantal mensen met een bijstandsuitkering af tot circa 7.000 begin 2020. Na de start van de coronapandemie steeg het aantal uitkeringen tot ongeveer 7.400, maar deze stijging hield niet lang aan. Sinds mei 2021 daalt het aantal bijstandsuitkeringen tot ongeveer 6.900 begin 2022. De laatste maanden van 2021 is er veel uitstroom en tegelijkertijd een relatief lage instroom.
De belangrijkste reden voor uitstroom is het vinden van werk, gevolgd door het verhuizen naar een andere gemeente of het buitenland. In 2021 stroomden er meer mensen uit de bijstand uit naar werk (861) dan in 2020 (610).
Een deel van die uitkeringen gaat naar een grote, vaste kern: ruim de helft van de uitkeringen loopt al langer dan 5 jaar, twee derde langer dan 3 jaar.

Het aantal WW-uitkeringen steeg in de eerste maanden van de coronacrisis sterk tot 3.100. Van juli tot november 2020 was er weer sprake van een daling. Zowel de stijging als de daling kwam hoofdzakelijk voor rekening van de groep tot 27 jaar, die vaak niet meer dan drie maanden recht op een WW-uitkering hebben. Vanaf het tweede kwartaal van 2021 daalt het aantal lopende WW-uitkeringen sterk in alle leeftijdsgroepen tot circa 2.000 in totaal. Delen van de economie, die met beperkingen door de coronamaatregelen te maken hadden, openden zich weer met in sommige sectoren krapte aan werknemers.

16% van huishoudens maakt gebruik van inkomensondersteunende maatregelen

Voor huishoudens met een laag inkomen zijn er diverse gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning, onder meer individuele inkomenstoeslag, bijzondere bijstand, Meedoenregeling, Kinderfonds, Collectieve Aanvullende Ziektekostenverzekering en de busvoordeelpas. Van alle zelfstandige wonende huishoudens in Nijmegen maakte in 2021 zo'n 16% gebruik van een of meer van deze regelingen. Dit percentage is de laatste jaren tamelijk stabiel. Bijna de helft van de gebruikers van deze regelingen had een bijstandsuitkering, een kwart leeft van OAW/pensioen en ook ruim een kwart van inkomsten uit arbeid of een andere uitkering dan bijstand.

Het Nibud heeft in 2019 berekend in hoeverre minimahuishoudens in Nijmegen, wanneer zij gebruik maken van de bestaande gemeentelijke en landelijke inkomensregelingen, voldoende budget hebben om van te leven. Daaruit bleek dat voor alle voorbeeldhuishoudens het totale inkomen voldoende was voor het vervullen van de basisbehoeften (noodzakelijke uitgaven).

Deze pagina is gebouwd op 07/14/2022 17:06:38 met de export van 07/14/2022 16:46:55